Technische informatie

Werkwijze van voor de werkperiode in het Europees Keramisch Werk Centrum
's-Hertogenbosch, juli - oktober 1998

De objecten worden vooraf tot in detail op papier geschetst. Het geschetste ontwerp wordt met de hand opgebouwd aanvankelijk uit rollen steengoedklei, daarna voornamelijk uit platen.

De platen worden gemaakt door het uitrollen van de klei, vervolgens krijgt deze de gelegenheid om langzaam te drogen tot een leerhard stadium. Daarna kunnen de platen op maat worden versneden. Met slib worden de losse stukken geassembleerd tot holle elementen, daarbij moet worden gestreefd naar een zo perfect mogelijke afwerking. Dit is noodzakelijk omdat de elementen later goed zullen passen als deze in de eindfase verlijmd worden.

Elk object wordt door middel van inkrassen voorzien van een nummer en tevens gesigneerd met het logo.

Na een langzaam en gecontroleerd drogen (3-4 weken) worden de droge elementen biscuit gestookt op 1000° C.

De biscuit elementen worden geschuurd, ook de zo kenmerkende schuine randen.

Het zijdemat glazuur wordt door middel van een spuit opgebracht. Van de randen en hoeken wordt het glazuur weg geschraapt, hierdoor ontstaan de opvallende randverkleuringen. De glazuurbrand vindt in een elektrische oven plaats bij 1260° C.

Bij de objecten waarbij plexiglas van toepassing is, wordt het plexiglas op maat gezaagd en daarna langdurig met de hand geschuurd en gepolijst.

De gepolijste plaatjes worden voorzien van een witte of kleurende deklaag, na droging wordt het plexiglas verlijmd met de keramische elementen.

Het plexiglas is voornamelijk tussen 1986-1999 gebruikt.

EKWC 's-Hertogenbosch, (juli - oktober 1998)

Na een werkperiode van drie maanden in het EKWC (Europees Keramisch Werkcentrum, 's-Hertogenbosch) is de wijze/manier van werken veranderd. De ontwerpen staan niet meer tot in detail op papier, maar de vorm van het object ontstaat veel meer tijdens het opbouwen van het werk.

Werkwijze na 1998

De klei, die vanaf 1998 wordt gebruikt, is ontwikkeld in het EKWC. Het zijn diverse steengoedmassa's waaraan vlasvezel wordt toegevoegd, daarna wordt door de klei extra molochiet gemengd.

De uiteindelijke open textuur van de kleihuid ontstaat door het vermengen van organische materialen aan de kleimassa, deze branden weg tijdens het stookproces.

De grijze en zwarte kleur van de klei wordt verkregen door percentages bodystain/kleurpigmenten toe te voegen.

Na een schets wordt bepaald of het object kan worden opgebouwd uit platen of in een drukmal. Deze mallen kunnen zowel van gips, hout of kunststof zijn.

In de drukmal wordt de kleimassa (met /zonder organisch materiaal) tegen de wand aangedrukt en in meerdere lagen opgebouwd. Bij de objecten met ingekleurde klei wordt veelal de binnenkant van het object (kleurloos) wit gelaten met de mogelijkheid deze binnenkant later een contrasterend glazuur te geven, glans/mat zwart/wit.

Bij voldoende stevigheid wordt de mal gelost en het object verder met de hand opgebouwd en afgewerkt.

Bij het werken met platen ga ik als eerder vermeld te werk. Ook leg ik zachte platen klei in een voorgevormde mal om verder in model aan te stijven alvorens het te versnijden en te monteren.

Is het object in klei afgewerkt dan volgt een gecontroleerd droog proces, de biscuitbrand is bij 960° C

Bij het nat schuren met een diamond pad wordt de open textuur van de kleihuid pas goed zichtbaar. Na het zorgvuldig schoonspuiten en drogen kan het object geglazuurd worden.

De glazuren, die door mij zijn samengesteld, worden met de spuit of met de kwast opgebracht. In tegenstelling tot het vroegere werk van voor 1999 worden delen van het object niet geglazuurd; hierdoor ontstaan grote contrasten.

De glazuurbrand is bij 1260° C.

Alle objecten zijn uniek, gesigneerd en van een productienummer voorzien.